Uitvoeringskosten

Inschrijven met € 0,- uitvoeringskosten in een RAW inschrijfstaat leidt niet langer tot een ongeldige inschrijving. Dat volgt uit een (nog niet gepubliceerde) uitspraak van de rechtbank Den Haag van 19 oktober 2016 (zaaknummer C/09/513289/KG ZA 16/771).

Joost Haest advocaat bij Severijn Hulshof

Begin dit jaar schreef ik in mijn column over een in mijn ogen onjuist vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 16 december 2015 ECLI:NL:RBNNE:2015:5753 waarin werd geoordeeld dat het op   € 0,- stellen van uitvoeringskosten in een RAW inschrijfstaat een ongeldige inschrijving oplevert. De Voorzieningenrechter te Leeuwarden oordeelde dat indien er effectief uitvoeringskosten zijn, deze kosten conform artikel 01.01.03 lid 03 RAW dan ook dienen te worden opgenomen in de post uitvoeringskosten. Op basis van dit vonnis ontstond in de praktijk veel onduidelijkheid en werden ineens veel inschrijvingen ongeldig verklaard, omdat inschrijven met € 0,- uitvoeringskosten heel veel voorkwam.

De Voorzieningenrechter te Den Haag heeft nu dus bepaald dat inschrijven met € 0,- uitvoeringskosten in een RAW inschrijfstaat niet leidt tot een ongeldige inschrijving. En daarmee is dus geoordeeld dat het vonnis van de Voorzieningenrechter te Leeuwarden niet juist is. Bepalend voor het Haagse oordeel is dat in de tekst van artikel 01.01.03 lid 03 RAW geen melding wordt gemaakt van de verplichting om de daadwerkelijk te maken uitvoeringskosten op te nemen. Het artikel ziet enkel op de verplichting om de uitvoeringskosten en algemene kosten op een bepaalde plaats op te nemen, namelijk ná het subtotaal (en dus niet in de eenheidsprijzen vóór het subtotaal). Verder is belang gehecht aan de schriftelijke toelichting van CROW (de opsteller en beheerder van de RAW) voorafgaand aan de zitting in de vorm van een memo, maar met name doorslaggevend bleek de mondelinge toelichting van CROW ter zitting. CROW heeft toegelicht dat zij met artikel 01.01.03 lid 03 RAW heeft beoogd te bewerkstelligen dat de uitvoeringskosten niet in de prijzen per eenheid worden verwerkt en dat CROW met genoemde bepaling heeft willen voorschrijven waar deze kosten wel dienen te worden opgenomen, te weten na het subtotaal. CROW heeft daarbij overigens wel verklaard het wenselijk te achten dat inschrijvers realistische uitvoeringskosten en algemene kosten opgeven, waarop desgewenst via de post korting een bedrag in mindering kan worden gebracht. Maar een harde eis om het op deze manier te doen is, zo verklaarde CROW, niet opgenomen in de huidige RAW bepalingen. Het Haagse vonnis is voor de RAW aanbestedingspraktijk erg welkom, omdat het duidelijkheid schept voor alle partijen.