Publicaties

Afschilfering/’scaling’

By 27 juli 2026No Comments

Afschilfering/’scaling’

Joost Haest, advocaat bij Severijn Hulshof

In mijn vorige columns heb ik ruim aandacht besteed aan rechtspraak over ‘pop-outs’ in prefab betonelementen. Deze keer bespreek ik een recente uitspraak van de Raad van Arbitrage in Bouwzaken (nr. 37.937 uit juni 20260 ten aanzien van een ander vaker voorkomend gebrek met betrekking tot betonproducten: afschilfering/’scaling’. 

De aanneemster heeft in deze kwestie in opdracht van de opdrachtgeefster een parkeergarage gerealiseerd. De parkeergarage heeft een (onoverdekt) parkeerdek dat bereikbaar is via een hellingbaan. Het parkeerdek is samengesteld uit stalen kolommen en liggers waarop betonelementen zijn gelegd. De toplaag van die betonelementen is binnen circa 9 maanden na ingebruikname – na een periode van vorst – schade gaan vertonen (afschilfering/scaling). De opdrachtgeefster heeft de aanneemster gesommeerd tot herstel van het parkeerdek over te gaan, door middel van het vervangen van de betonelementen. De aanneemster heeft aan die sommatie geen gevolg gegeven en de opdrachtgeefster heeft het parkeerdek vervolgens laten herstellen door een andere aannemer. Dit herstel bestond uit het aanbrengen van een nieuwe toplaag/coating. De opdrachtgeefster vordert vergoeding van de door haar gemaakte herstelkosten van € 273.00,- stellende dat de aanneemster een gebrekkig parkeerdek heeft.

Zowel de aanneemster als ook de opdrachtgeefster hebben meerdere deskundigen berichten en hersteladviezen laten opstellen. De gestelde tekortkoming wordt in de overgelegde rapporten omschreven als vorstschade – ook wel scaling genoemd – dat zich met name voordoet bij horizontale oppervlakken die regelmatig worden blootgesteld aan waterverzadiging in combinatie met vorst en dooizouten. De arbiters zijn met de deskundigen die in deze zaak zijn geraadpleegd van opvatting dat enige mate van scaling bij gebruik van beton in buitenomstandigheden altijd zal optreden. Bij de mate waarin dat het geval is spelen, naast de weersomstandigheden, jet ontwerp van de vloer, de structuur van het betonoppervlak en de wijze van gebruik een belangrijke rol. Bij dit laatste kan worden gedacht aan het verwijderen van sneeuw om waterverzadiging te voorkomen en het gebruik van dooizouten. Bij voldoende vorst-dooicycli zal bij verzadigd beton – ongeacht de betonkwaliteit – uiteindelijk steeds vorstschade optreden. Dat betekent bij het optreden van scaling niet steeds sprake hoeft te zijn van een gebrek. Daarvan kan pas worden gesproken indien de mate van scaling, bezien in de context van de verwachtingen die de afnemer op grond van de overeenkomst dienaangaande mocht hebben en de overige factoren die aan het ontstaan ervan bijdragen, overmatig is.

De arbiters zijn van oordeel dat de opdrachtgeefster, gelet op de omstandigheid dat zij heeft verwezen naar een referentiewerk waarin scaling slechts in beperkte mate optreedt, bepaalde verwachtingen heeft mogen koesteren omtrent de mate waarin scaling zich in het onderhavige werk zou voordoen. Mede gelet op de vergelijking van de foto’s van het referentiewerk met die van het door aanneemster uitgevoerde werk, zijn de arbiters van oordeel dat scaling in het onderhavige geval zodanig is dat niet aan die verwachtingen wordt voldaan. In zoverre is sprake van een tekortkoming.

Met dat oordeel heeft de opdrachtgeefster nog geen recht op vergoeding van het volledige door haar gevorderde bedrag van € 273.00,- . De arbiters zijn namelijk van oordeel dat deze tekortkoming in voldoende mate zou zijn gecompenseerd indien een behandeling met Hydro Seal BE na de eerste winter zou zijn uitgevoerd en na verloop van circa vier jaar zou zijn herhaald. Hydro Seal BE is een hoogwaardige verdichtingsvloeistof op basis van silicaten die diep in het beton doordringt en daar een chemische verbinding aangaat met de ondergrond. Doordat de poriënstructuur dichter wordt en de capillaire werking wordt beperkt, vermindert de opname van water en schadelijke zouten in de ondergrond. Dit helpt verouderingsprocessen te vertragen. Gelet op de aard en omvang van dergelijke herstelwerkzaamheden wijzen de arbiters ‘slechts’ een bedrag van € 40.000,- toe, dus grofweg 1/7 van de gevorderde herstelkosten. Gesteld kan dus worden dat deze kwestie eigenlijk alleen verliezers kent.

 

Beton & Staalbouw nr. 3, juni-juli 2026

Download als PDF

Heeft u een vraag over
deze publicatie?

Neem contact met ons op indien u nadere informatie wenst of behoefte heeft aan toelichting; wij staan u graag te woord.

j.haest@shadv.nl+31 (0)70 304 55 90