
Recent is door de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen een arbitraal vonnis gewezen (24 maart 2021, nr. 36.833) waarin de aannemer een vergoeding vordert voor de door hem gemaakte ontwerp- en calculatiekosten voor het opstellen van een bestekswijziging. Een interessant onderwerp, om twee redenen.
Ten eerste omdat er niet veel geschillen over dergelijke kosten gevoerd worden, en omdat aannemers doorgaans deze kosten als normale bedrijfskosten zien. De focus ligt meestal op het verkrijgen van de meerwerkopdracht zelf, en niet op de kosten voor het opstellen van de prijsaanbieding. En ten tweede omdat wij deze vraag in onze bouwrechtpraktijk de laatste tijd steeds vaker voorgelegd krijgen. We zien een tendens dat opdrachtgevers de aannemer vragen veel wijzigingen door te rekenen en ook verschillende varianten op die wijzigingen, om vervolgens geen wijziging op te dragen of een uitgeklede variant. En dat is dan vaak ingegeven door financiële tekorten bij de opdrachtgever. Het resultaat is een situatie waarin de aannemer een flinke inspanning moet doen en kosten moet maken, terwijl daar in de nodige gevallen geen compensatie tegenover staat. Hoe zit het nu juridisch met dergelijke kosten? Heeft een aannemer recht op een vergoeding voor het uitwerken en calculeren van bestekswijzigingen? In de procedure bij de Raad vordert de aannemer ruim € 3.500,- voor het uitwerken van een bestekswijziging. De potentiële grondslag voor een aanspraak op een dergelijke vergoeding is gelegen in paragraaf 36 lid 4 UAV 2012. Op grond van deze paragraaf komen de ontwerp- en calculatiekosten ten aanzien van bestekswijzigingen voor vergoeding in aanmerking als op verzoek van de aannemer tevoren overleg is gepleegd tussen partijen over de vraag of, en zo ja onder welke omstandigheden, de aannemer aanspraak kan maken op een redelijke vergoeding voor deze kosten.
Heldere regeling
In de kwestie die voorlag aan de Raad van Arbitrage was er tussen de aannemer en opdrachtgever geen overleg gepleegd over deze kosten en waren er dus vooraf ook geen afspraken gemaakt. Arbiters wijzen de volledige vordering van de aannemer dan ook af. Ook het argument van de aannemer dat opdrachtgever op basis van de redelijkheid en billijkheid gehouden zou zijn deze kosten te vergoeden wordt door arbiters niet gevolgd. De regeling in paragraaf 36 lid 4 UAV 2012 is immers helder. Wordt gecontracteerd onder de vigeur van de UAV 2012, dan ontstaat het recht op een vergoeding dus niet automatisch. Op verzoek van de aannemer en voorafgaand aan de calculatie moeten heldere afspraken worden gemaakt met de opdrachtgever over de kosten die samenhangen met het opstellen van de aanbieding. En juist met het vooraf verzoeken om een vergoedingsregeling hebben aannemers vaak moeite. Mede omdat het in de praktijk niet heel gebruikelijk is. Daarbij is een veel gehoord argument dat een dergelijk verzoek de relatie met de opdrachtgever in een vroeg stadium op scherp kan zetten. Die vrees is op zich begrijpelijk, maar er zou meer gekeken kunnen worden naar de situatie en de wijze waarop het verzoek kan worden ingekleed. Zo zou je kunnen afspreken dat een vergoeding gerechtvaardigd is bij gecompliceerde afwijkingen waarin de nodige voorbereidingskosten zitten. Of partijen kunnen afspreken dat de aannemer in ieder geval aanspraak maakt op een vergoeding als het betreffende meerwerk uiteindelijk niet wordt opgedragen. Een regeling die wat weg heeft van een vergoeding van tenderkosten bij aanbestedingen.
Afspraken maken
Schroom als aannemer dus niet om bij (ingewikkelde) bestekswijzigingen, vooraf afspraken te maken over een redelijke vergoeding voor het opstellen van de prijsaanbieding. Wijs de opdrachtgever zo nodig op paragraaf 36 lid 4 UAV 2012, die regeling is er niet voor niets. En niet geheel onbelangrijk: leg eventuele afspraken schriftelijk vast, zodat daarover geen discussie kan ontstaan. In de UAV-GC 2005 is de regeling voor deze kosten overigens wezenlijk anders. Uit paragraaf 45 lid 3 van de UAV-GC 2005 volgt dat een aannemer – bij een door de opdrachtgever verlangde wijziging – altijd recht heeft op een redelijke vergoeding van de kosten verbonden aan de prijsaanbieding. Dit ongeacht of partijen het uiteindelijk eens worden over die prijsaanbieding. Niet vereist is dus dat partijen daarover vooraf concrete afspraken maken.
Cobouw, augustus 2021
Heeft u een vraag over
deze publicatie?
Neem contact met ons op indien u nadere informatie wenst of behoefte heeft aan toelichting; wij staan u graag te woord.