Aansprakelijkheid onderaannemer in de lift?

Het rechtstreeks aanspreken van een onderaannemer wegens onrechtmatig handelen is de afgelopen jaren meermalen succesvol gebleken. De onderaannemer loopt risico wanneer hij duidelijk steken laat vallen in zijn werk of zijn waarschuwingsplicht verzaakt.

Susanne van de Pest advocaat bij Severijn Hulshof

Uit het arrest Wierts/Visseren van de Hoge Raad volgt dat de onderaannemer binnen bepaalde grenzen rekening moet houden met de belangen van de opdrachtgever. En de opdrachtgever zal erop mogen vertrouwen dat de onderaannemer dat ook doet. Laat de onderaannemer dit na kan sprake zijn van onrechtmatig handelen.

Het Gerechtshof Amsterdam heeft sindsdien meerdere vorderingen van opdrachtgevers toegewezen. Zo oordeelde het hof in 2014 dat een onderaannemer aansprakelijk was door de opdrachtgever niet te waarschuwen voor een kenbare fout in het werk van de hoofdaannemer. En in 2016 dat de onderaannemer bij de uitvoering van asbestsaneringswerkzaamheden de belangen van de opdrachtgever dusdanig had verwaarloosd dat hij daardoor onrechtmatig handelde.

De rechtbank Gelderland wees in 2016 een vordering van opdrachtgever toe wegens gebreken in het werk van de onderaannemer. Daarbij speelde een rol dat de onderaannemer was voorgeschreven en de aansprakelijkheid voor de voorgeschreven onderaannemer contractueel was uitgesloten in de hoofdaannemingsovereenkomst.

De onderaannemer die rechtstreeks wordt aangesproken, kan een beroep doen op tal van juridische verweren. Daarbij kunnen onder omstandigheden met de hoofdaannemer overeengekomen contractuele bepalingen tegen de opdrachtgever (niet-contractspartij) worden ingeroepen. Zo deed de onderaannemer in genoemde uitspraak van de rechtbank Gelderland met succes een beroep op de aansprakelijkheidsbeperking uit zijn overeenkomst met de hoofdaannemer. En het Hof ’s-Hertogenbosch oordeelde in 2008 dat het soms zelfs mogelijk is voor de onderaannemer om een beroep te doen op algemene voorwaarden van de hoofdaannemer. Hierdoor kan de schade voor de onderaannemer aanzienlijk beperkt worden.

Een recente uitspraak van het Hof ’s-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2018:2674) laat zien dat het niet altijd slecht afloopt voor de onderaannemer. Een aardappelteler had opdracht gegeven aan een aannemer om in een aardappelschuur een vaste drukwand aan te brengen. De aannemer schakelt een onderaannemer in voor constructieve aanpassingen van de schuur. Direct na oplevering van het werk stort de voorgevel van de schuur in.

De aardappelteler spreekt zowel de aannemer als de onderaannemer aan voor de herstelkosten. Het hof oordeelt dat de aannemer aansprakelijk is voor de schade als gevolg van de ondeugdelijke uitvoering van het werk. De keerwand steunde af op de kopgevel van de schuur, terwijl deze daar achteraf gezien niet geschikt voor was. De aannemer had in zijn algemene voorwaarden de omvang van de aansprakelijkheid beperkt tot de hoogte van de aanneemsom. Dit beding houdt stand. Het hof overweegt dat er weliswaar sprake was van een onvoldoende doordacht project, maar niet van een zodanig karakter dat de aannemer geen beroep op de exoneratie toekomt.

De onderaannemer wordt verweten dat hij geen sterkteberekening heeft gemaakt en ook niet heeft geverifieerd of de aannemer daarover beschikte. De onderaannemer verweert zich door te stellen dat in een procedure tegen de aannemer al geoordeeld is dat hem niets te verwijten valt. Verder betwist hij dat het op zijn weg lag om te waarschuwen omdat hij niet bij uitstek deskundig was op het gebied van keerwanden. Het hof oordeelt dat de onderaannemer ook zonder wanprestatie jegens de hoofdaannemer wel degelijk onrechtmatig kan handelen jegens opdrachtgever. Maar het gaat te ver, aldus het hof, om van de onderaannemer te verlangen dat deze doet wat zowel opdrachtgever als aannemer hebben nagelaten, te weten verifiëren of de schuur wel geschikt was voor de keerwand. Aan de interessante vraag of de onderaannemer een beroep kon doen op de aansprakelijkheidsbeperking van de aannemer komt het hof hier niet toe.